[] Van de vloer

"Van de werkvloer" is een rubriek in Alles over Taal met anekdotes van docenten. Heeft u ook iets  grappigs of ontroerends meegemaakt?  Mail dan naar de redactie De leukste ankedote(s) plaatsen wij op de site en in de nieuwsbrief. U maakt dan tevens kans op een boekenbon!

Januari 2010:

Arne Das uit Heerenveen:
Onlangs in 3 havo behandelden we een tekst over bio-industrie. Eén alinea was gewijd aan het onverdoofd castreren van biggen. Ik legde uit dat er voor castratie verschillende redenen zijn, onder andere het voorkomen dat het vlees een bepaalde penetrante smaak krijgt, die door de gemiddelde consument niet op prijs wordt gesteld. “Maar,” voegde ik er aan toe, “sommige mensen waarderen die smaak juist wel. De smaak benadert een beetje die van wild.” De klas luisterde aandachtig. Ik vervolgde: “Wie van jullie eet wel eens wild?” Ruud, met een heel serieus gezicht, stak zijn vinger op: “Ik meneer! Gisteren aan tafel zei mijn moeder nog: Ruud, jongen doe toch ‘es rustig aan en eet niet zo wild…!”


December 2009:

Monique Weijnans, docent Nederlands aan het Goois Lyceum in Bussum:
In klas 1 spraken we naar aanleiding van een fragment uit een leesboek over tolerantie. Al pratend kwamen we op Theo van Gogh en Geert Wilders. Toen gooide ik de vraag in de groep: “Hoe heet ook alweer de film die Geert Wilders maakte over de islam?” De leerlingen dachten allemaal na. Opeens ging bij een van hen een lichtje branden en hij riep heel enthousiast door de klas: “Ik weet het: Turks fruit!”


November 2009:

Annemarie Doornbos van Gymnasium Apeldoorn:
“In klas 2 kwam op een bepaald moment het begrip 'referentiekader' aan de orde en ik gaf daarbij het voorbeeld hoe ooit mijn jongere zus (toen 13) op een film reageerde. Daarin een verliefd stelletje, met wat veel drank op, dat stoeit op de bank: "O", giechelt het aangeschoten meisje in de film, "ik heb hem om...". De reactie van mijn romantische zusje: " De verlovingsring zeker..."
Op mijn vraag aan de klas wat het meisje in de film bedoelde, kwam prompt het antwoord van een dertienjarige van nu: "Het condoom."
Over referentiekaders gesproken...”



Oktober 2009:

Berber Bouma uit Kampen:
“Toen ik tijdens mijn opleiding stage liep en lesgaf in een derde klas vmbo-basis, viel het me op hoe leerlingen experimenteren met 'dure woorden' en 'ingewikkeld taalgebruik'. Bijvoorbeeld toen ik een leerling apart zette omdat ze te veel praatte. 'Ach, mevrouw,' reageerde ze, 'moet ik nu alwéér particulier zitten?"

Cora Dekkers, Prinsentuin College Oudenbosch:
In een opdracht van Nederlands moesten de leerlingen een negatief aspect van Nederland uit de tekst halen. In de tekst stond dat er in Nederland teveel regels waren en dat onze wegen dichtslibben. Een leerlingen “vertaalde” dit laatste met de zin :  “Leven in Nederland is niet leuk, want er ligt teveel modder op de weg”.

Henny Jellema Taalklas-Haarlem ( voorheen ISK-Haarlem ):
Onze NT2 leerlingen krijgen engels van mij. Ik laat ze geregeld iets uit het engels ( dat ze vaak beter beheersen dan het Nederlands ) vertalen. In het boek stond  Jack is small = Jack is klein van stuk. Bij de test schreef een leerling;  ”Jack is een kleine stukje.“

Stephan en Jolanda Rothuizen:
In klas 2 hebben we het bij Nederlands over spreekwoorden: 'Zich er met een Jantje van Leiden afmaken' en 'Er zijn vele wegen die naar Rome leiden'.  Als opdracht moeten de leerlingen een spreekwoord bedenken over hun eigen woonplaats. Samatha van 13 jaar: 'Als in Zevenhuizen de molens draaien, staat er veel wind'.


September 2009:

Enige tijd geleden legde ik in een tweede klas (h/v) het fenomeen homoniemen uit. U weet wel: één woord, twee betekenissen… Om mijn uitleg enige kracht bij te zetten, bedacht ik – naast de standaard voorbeelden die in de methode staan genoemd – zelf ook nog wat homoniemen: tafel -> de tafel ván zeven en een tafel vóór zeven, een oud besje ->oud vrouwtje en gerimpeld vruchtje, haar -> haar haar zit stom, enzovoort. Ik zag Daan, een gekrulde jongeman van net 13, peinzen en ik vermoedde meteen dat hij met een voorbeeld zou komen, dat niemand kon bedenken. En ja hoor, hij stak zijn hand op en vroeg: “Zeg juf, mijn neef is een nicht. Is dat er dan ook een? “

Tsja…! Wist u trouwens dat het een misvatting is dat het woord ‘bank’ een homoniem is? We kennen bank als ‘zitmeubel’ en we kennen bank als ‘kredietinstituut’. De betekenissen verschillen zo van elkaar, dat we geneigd zijn de twee woorden als homoniem te beschouwen. Maar… de tweede betekenis is, historisch beschouwd, uit de eerste gegroeid: de moderne bank heeft zijn naam te danken aan de bankjes waarop vroeger de geldwisselaars hun stapeltjes geld uitstalden. Op die bankjes zaten we al…!

(bron: Toorn, dr. M.C  van den (1973)   Nederlandse Taalkunde)