10-04 Blauwe maandag

Van falie tot

een vis op de fiets

Door Henk Jongsma, auteur Op niveau tweede fase

Dok, de hoofdpersoon in het prachtige verhaal Vrije vormen van Joke van Leeuwen krijgt inwoning van Mara, een vrouw met een onuitsprekelijke achternaam uit een land waarvan ze nog nooit heeft gehoord. Mara krijgt Nederlandse les. Op een dag als Dok thuis komt, staat Mara in de gang.
- Wilt jij koffie? vraagt ze.
- Och ja, dat sla ik niet af, zegt Dok.
En het misverstand is geboren:
Mara schenkt koffie in, sterke koffie. Ze vraagt wat Dok bedoelt met dat slaan.
- Slaan?
- Ja, ik vraag wilt jij koffie en jij zegt jij slaat niet.
- Ik zei dat ik het niet afsla. Dat ik het dus wil.

Lastig in het gebruik dus soms, al die uitdrukkingen die we dagelijks, zonder er echt bij na te denken, gebruiken. En eigenlijk is dat jammer, want achter veel spreekwoorden en uitdrukkingen zit een mooi verhaal.

In haar boek Waarom is een blauwe maandag blauw heeft Heidi Aalbrecht er meer dan 500 verzameld en toegelicht. Soms kan ze precies vertellen waar die uitdrukking vandaan komt (de eerste die er met de pet naar gooien gebruikte was waarschijnlijk Frederik van Eeden die vertelde dat jongens zo probeerden vlinders te vangen), vaak ook vertelt ze hoe, in welke situatie de uitdrukking is ontstaan (een graantje meepikken komt van de vogels die mee snoepen als de kippen worden gevoerd).

En dat levert vaak verrassingen op, omdat veel uitdrukkingen terug gaan op gebruiken die vroeger heel gewoon waren. Ergens een mouw aanpassen? Vroeger werden kledingstukken zonder mouwen verkocht, je moest er dus een mouw bij zoeken. Spijkers op laag water zoeken? Dat deden de scheepstimmerlui vroeger, bij laag water de gevallen spijkers zoeken.

Mooi zijn ook de betekenisverschuivingen. Een slippertje maken was vroeger een uitdrukking voor er even tussen uitknijpen bij bijvoorbeeld een langdurige maaltijd. En een falie was een zwarte omslagdoek voor vrouwen, dus je kon iemand helemaal niet op zijn falie geven! En dat op de fles gaan met de verkoop van bier te maken heeft, zullen de meeste mensen ook niet meer weten. Daar heeft iemand flessen ook weer mee te maken, en een flessentrekker natuurlijk ook.

Een interessant lees- en bladerboek dus, alfabetisch gerangschikt. In de inleiding wordt een eenvoudig onderscheid gemaakt tussen spreekwoord en uitdrukking: uitdrukkingen kunnen nooit als zelfstandige zin fungeren, spreekwoorden wel. Wie a zegt moet ook b zeggen is dus een spreekwoord, een nieuwsgierig aagje is een uitdrukking. Die aagje komt trouwens uit een populaire klucht van Jan Zoet, die erg veel lijkt op Trijntje Cornelis van Constantijn Huygens, vertelt Aalbrecht. Als de klucht van Huygens populairder was geweest  hadden we nu misschien van een nieuwsgierig Trijntje gesproken. En, als het toch over namen gaat, vroeger zochten vrouwen niet de ware Jakob,   maar de ware Jozef. Die Jakob schijnt uit Duitsland te komen, en heeft een heel andere achtergrond.

Jammer dat in dit boek niet wordt aangegeven dat een groot deel van deze uitdrukkingen al, met vaak letterlijk dezelfde verklaring, werd behandeld in haar boekje Parels voor de zwijnen uit 2005. Jammer eigenlijk dat er nu nog maar 500 uitdrukkingen  en spreekwoorden in dit boekje aan bod komen. Er zijn er nog duizenden, dus Heidi Aalbrecht kan nog wel even vooruit, met een nieuw boekje, zonder herhalingen. Die uitdrukking die Mara niet begrijpt, staat er niet in, maar ze zou met dit boekje veel zaken uit onze taal wel beter begrijpen.

En o ja, laat u niet misleiden door de ondertitel: er staan ook minder bekende items in. Wat vindt u bijvoorbeeld van een vrouw zonder man is als een vis zonder fiets? Die had ik nog nooit gehoord.

Heidi Aalbrecht: Waarom is een blauwe maandag blauw? De herkomst van bekende spreekwoorden en gezegden. Sdu uitgevers, Den Haag. ISBN 978 90 12 58142 4

Printversie van deze recensie