09-04 Huis, tuin en keuken

Van hol tot Vinex

door Henk Jongsma, hoofdauteur Op Niveau Tweede Fase

‘Wonen doen we allemaal’, zegt Maarten Jan Hoekstra in zijn pas verschenen boek Huis, tuin en keuken. Wonen in woorden door de eeuwen heen. Ja, er is in de loop der eeuwen wel heel veel veranderd. En dat laat de schrijver ons in dit boek zien.

Met de veranderingen in onze manier van wonen laat hij ook de veranderingen in de taal zien. Voor alles wat er veranderde in huis moest een naam komen. De schrijver vertelt er bij waar die naam vandaan komt en hoe die naam werd aangepast. Bouwgeschiedenis en taalgeschiedenis dus in één boek.

Al lezend doe je interessante ontdekkingen. Dat Amsterdam op palen is gebouwd weet iedereen. Maar dat ze in het oosten van ons land op neuten bouwden? En dat de gevels van de woningen in oude steden op de vlucht gebouwd werden? Het is nog steeds te zien zelfs.


Vliering

Interessant zijn ook de betekenisverschuivingen. Een prachtig voorbeeld is het woord vliering.
In de oude hallenhuizen wilde men een groter dak, omdat er dan meer ruimte was. Daarvoor moest de constructie worden verstevigd met extra balken. Dat werden gordingen genoemd.

In Noord-Frankrijk werden sommige gordingen filiére genoemd, een woord dat is afgeleid van filum (draad). Dat Noord-Franse woord werd in het Middelnederlands overgenomen als filier. Dat woord werd in de loop van de tijd aangepast aan het woord dat al bestond voor verstevigende balk: filier werd filiering,en later versimpeld tot fliering.
Zo stonden er dus twee woorden voor verstevigende balk naast elkaar: gording en fliering. Omdat de flieringen horizontaal lagen, kon er gemakkelijk een planken vloer op worden aangelegd en zo ontstond een tweede zolder. Die werd fliering genoemd en door de overeenkomst met vloer werd de fliering vanaf de zeventiende eeuw als vliering gespeld.
Zo’n woord dat we allemaal kennen en gebruiken, heeft dus een grote betekenisverschuiving ondergaan.

Het boek zit vol met dit soort voorbeelden. Het is natuurlijk vreemd dat we het rookkanaal in onze huizen schoorsteen noemen, want schoren betekent steunen en een schoorsteen steunt niet. Maar vroeger wel, lezen we in dit boek.
En wist u dat ons woord schouw te maken heeft met de betekenis met heet water wassen? Ligt niet echt voor hand.

Steeds weer laat de schrijver ons zien hoe technische en bouwkundige ontwikkelingen samen zijn gegaan met allerlei taalveranderingen. Dat gaat tot in onze tijd toe. Entresol, vide, hat-eenheden, patio-woning, een grote hoeveelheid begrippen wordt behandeld. Wist u dat patio is ontleend aan het Spaans en daar ‘onbebouwde grond, weidegrond’ betekende?


De 17e eeuw

Heel interessant zijn de hoofdstukken over de 17e eeuw, waarin stadsuitbreiding samen met de bouw van steeds groter huizen (aan de grachten) wordt beschreven. Voor die grote en versierde huizen waren erg veel nieuwe begrippen nodig. Daarvoor was bijvoorbeeld een makelaar nodig. Dat was een verbindingslat. Het is wel heel erg jammer dat bij die hoofdstukken foto’s, die ter verduidelijking zijn bedoeld, zo klein zijn afgedrukt dat de details waarom het gaat niet eens zichtbaar zijn.
Op één foto gaan die details zelfs verborgen achter grote bomen. Over functionele illustraties gesproken …


Het huis van de toekomst

Het boek eindigt met een hoofdstuk over het huis van de toekomst. Daarin gaat het vooral over ontwikkelingen die nu al gaande zijn, zoals ecologisch bouwen, witte schimmel, duurzaam bouwen. Maar ook nieuwe ontwikkelingen in bijvoorbeeld de inrichting van de badkamers komen ter sprake.

Prachtig boek dus! Alleen jammer van die zuinige plaatjes.

Maarten Jan Hoekstra: Huis, tuin en keuken. Wonen in woorden door de eeuwen heen.
Uitgeverij Atlas, Amsterdam/ Antwerpen, 2009
ISBN 978 90 450 0083 1