|
09-12 Namen op de kaart
Hoe komen we aan onze plaatsnamen?

Je rijdt door Acquoy, je verbaast je over die schrijfwijze en je vraagt je af hoe oud die plaats wel niet moet zijn. Of je komt in Koekange en je vraagt je toch af of die naam nu met een koe of met koek te maken heeft. Of je komt door Bronkhorst en je ziet dat dat stadje in de gemeente Bronckhorst ligt. Het scheelt maar een letter, maar toch …
Gelukkig is er nu een prachtig boek, dat antwoord op al onze vragen geeft: Namen op de kaart van Riemer Reinsma. En wat nog mooier is, het boek geeft ook antwoorden op vragen die wij nog niet eens bedacht hadden. Neem nou Vreeswijk, daar is toch niets merkwaardigs aan? Jawel, want dat vrees heeft niets met angst en zo te maken, maar alles met Fries: het is een plaats waar zich ooit Friezen vestigden, net als bijvoorbeeld Vriezenveen. Dat had overigens bijna Hollanderveen geheten, vertelt Reinsma, want eerst kwamen er veel mensen uit Holland in het veen werken, en later pas veel Friezen.
Zo vind je in ieder hoofdstuk iets interessants. Bijvoorbeeld dat sommige gemeentewapens volksetymologie vertonen. De gemeente Abbenbroek heeft een broek in zijn wapen, maar het woordje ‘broek’ betekent ‘moeras’, de bijlen in het gemeentewapen van Beilen en de eieren in het wapen van Eibergen, de hoed van Hoedekenskerke zijn bijvoorbeeld al even misplaatst.
Mooi is ook het hoofdstuk met volksverhalen rond plaatsnamen. De plaats Vierverlaten zou zo heten omdat daar een man zijn vrouw en drie kinderen in de steek liet, maar gelukkig werd hij in het dichtbij gelegen Grijpskerk al weer in de kraag gegrepen.
Maar ook voor taalhistorici biedt het boek erg veel. Reinsma laat zien waar Keltische invloeden zijn achtergebleven, waar Latijnse namen de basis vormen (en dat is heus niet alleen bij Utrecht, Nijmegen en Maastricht het geval), waar Franse, Duitse of Friese vormen de basis zijn en hoe die namen geleidelijk zijn ‘afgesleten’ tot de huidige vorm. En in een ander hoofdstuk laat hij dan weer zien dat uit nostalgische overwegingen oude spellingen zijn gehandhaafd of weer ingevoerd (Bronckhorst!). Want waarom schrijven we eigenlijk Oisterwijk ; Alphen of Ugchelen? Of Acquoy terwijl de naam niets anders betekent dan ‘ooi’ (weiland langs een rivier) van een man die Akke heette. Gewoon zo houden, die spellingen, vindt Reinsma, maar geen Nepnederlandse spellingen invoeren voor bijvoorbeeld nieuwbouwwijken, zoals Saendelft en jawel, Bronckhorst. Die naam werd pas ingevoerd voor de fusiegemeente. Aan de naamgevingsproblemen bij fusiegemeenten (en die zullen er steeds meer komen) wijdt Reinsma een heel hoofdstuk: het kiezen van een nieuwe naam lijkt soms wel het lastigste onderdeel van het hele proces. Er zijn prachtige vondsten; de gemeenten Bellingwolde en Wedde gaan bijvoorbeeld samen verder onder de naam Bellingwedde, maar vaak wordt gezocht naar een neutrale naam. Waterlopen blijken dan vaak gebruikt te worden: Dinkelland, Aa en Hunze, Lingewaard.
Inderdaad, je blijft bladeren. En je zou het boek op je tochten door Nederland eigenlijk altijd bij je moeten hebben. Leuk, interessant, vermakelijk, nieuwsgierig makend. Want natuurlijk, er staan ook heel veel plaatsnamen niet in. Koekange wel, en dat is samen met Kockengen misschien wel de leukste plaats om in te wonen: je herkent er onmiddellijk Cocagne in, zegt Reinsma, het Franse woord voor Luilekkerland.
Door Henk Jongsma, auteur Op niveau tweede fase
Riemer Reinsma: Namen op de kaart. Oorsprong van geografische namen in Nederland en Vlaanderen. Uitgeverij Atlas, Amsterdam / Antwerpen 2009
ISBN 978 90 450 1108 0
|