|
10/08 Wie of wat was dat
Wie of wat was dat ook al weer?
door Henk Jongsma, hoofdauteur Nieuw Topniveau
Deze maand twee boeken:
Van oude mensen...
Je leest een artikel en herkent ineens een formulering. Wacht eens, denk je, was dat niet de titel van een boek? Van wie ook al weer?
'De schaamte voorbij', 'niets te verliezen en toch bang', 'voer voor psychologen'. Inderdaad, titels van boeken (van respectievelijk Anja Meulenbelt, Renate Rubinstein en Harry Mulisch) die af en toe als uitdrukking opduiken.
Ton den Boon heeft in zijn boekje Van oude mensen… 76 titels van Nederlandse boeken verzameld en toegelicht. En juist die toelichting is heel aardig, want daarin wordt niet alleen iets over het boek met die titel verteld, maar ook hoe de titel zich tot staande uitdrukking kon ontwikkelen. En die ontwikkeling wordt natuurlijk geschetst aan de hand van (veel) voorbeelden.
Daarbij valt wel op dat veel titels niet volledig worden geciteerd, maar dat een gedeelte wordt gebruikt of dat een andere naam wordt ingevuld. Zo gaat niet altijd ‘Han de Wit' maar ‘Jan Soldaat' in ontwikkelingshulp’.
Je zou denken dat dit dus ook de boeken zijn die iedereen gelezen moet hebben of die iedereen gelezen heeft. Maar dat is niet zo. Sommige titels, die dus voortleven als uitdrukking, zijn als boek eigenlijk totaal vergeten. Wie kent bijvoorbeeld nog ‘Denken zonder diploma’? Of ‘De wilden van Europa’?
Een aardig bladerboekje dus, en dankzij het register ook een goed naslagwerk.
In het register kun je ook meteen zien van welke Nederlandse schrijver de meeste titels als uitdrukking voortleven. Nee, dat is Mulisch niet...
Ton den Boon, Van oude mensen … Van boektitel tot staande uitdrukking
Adr. Heinen Uitgevers, ’s-Hertogenbosch 2008
ISBN 978-90-86-80096-4
Naar boven
Midden in de week maar zondags niet
Nog zo’n aardig boekje, maar wel veel mooier uitgegeven, maakte Jant van der Weg: Midden in de week maar zondags niet. Zij heeft uitgezocht wie toch die figuren zijn die in onze oude kinderliedjes worden bezongen. Wie was die Marjanneke met stroop in ’t kanneke? En wie was die Jan Huigen in de ton, of die Berend Botje?
Toch aardig om te weten dat die Kortjakje die alle dagen van de week ziek was, behalve zondag, echt geleefd heeft en toiletjuffrouw (maar dat heette toen anders) in Amsterdam was. Waarschijnlijk....
Want in dit boekje wordt ook zichtbaar dat die bekende liedjes toch heel wat varianten kennen.
De poppenkraam waar we laatst voor stonden, kent ook een variant waarin we voor een poepenkraam staan. En dan gaat het ineens om Westfaalse gastarbeiders die zich aanbieden...
Aan het slot van haar prachtig geïllustreerde boekje concludeert Jant van der Weg: ‘Na dit kijkje achter de schermen over ontstaan en voortleven van oude kinderrijmen en -liedjes kunnen we constateren dat er toch veel meer aan de hand is dan je bij oppervlakkige lezing van de teksten en bij het bekijken van de illustraties bij die teksten ziet.’ En bovendien laat ze zien hoe boeiend die speurtocht naar achtergronden kan zijn.
En leuk om te weten. Die Jantje uit Den Haag, die met zijn vingertje en zijn duim wijst, blijkt de zoon van graaf Floris V te zijn. Jantjes vader werd dus in 1296 door de edelen werd vermoord!
Wie denkt daar aan als hij het liedje zingt of het standbeeld van Jantje ziet bij het Binnenhof in Den Haag? Iedereen die dit boekje gelezen heeft dus.
Jant van der Weg, Midden in de week maar zondagsniet. De ware geschiedenissen van Kortjakje, Berend Botje, Jan Huigen en consorten
Uitgeverij d’jonge Hond, Harderwijk
ISBN 978-90-89-10013-9
Naar boven
|