01/07 Wat je moet weten

Geen dreiging, wel uitnodiging

door Henk Jongsma, hoofdauteur Nieuw Topniveau

Ooit verschenen er boeken onder voorzichtige titels als ‘Enige opmerkingen over het verband tussen … en ….’ En een nog voorzichtiger schrijver maakte er dan van: ‘Enige opmerkingen over een mogelijk verband tussen …’. Tegenwoordig gaat dat anders. Vorig jaar verscheen er een boek onder de wat dreigende titel: Wat iedereen van het Nederlands moet weten en waarom. Maar wie de moeite neemt het boek, al is het maar vluchtig, door te bladeren, ziet het meteen: geen dreiging….

Integendeel, in zesentwintig hoofdstukjes, heel toepasselijk genummerd van A tot Z, beschrijven evenveel deskundigen zo enthousiast een deel van het vakgebied, dat de lezer wel moet concluderen: inderdaad, dat moet ik weten. En heel vaak zal de volgende gedachte zijn: Daar moet ik meer van weten! En dan stuit de lezer meteen op een manco van het boek: bij de  meeste hoofdstukjes is er geen verwijzing naar verdere literatuur. Helaas, de nieuwsgierig gemaakte lezer wordt niet verder geholpen.

Maar er staat genoeg wel in! Bijvoorbeeld een aardig artikel over taalverwerving waarin het waarschijnlijk wordt geacht dat het geslacht ‘de blindedarm van het Nederlands’ is. Of dat kennis van ongrammaticaliteit nodig is om poëzie en cabaretteksten te begrijpen en dat alleen daarom al op school meer aan taalbeschouwing zou moeten worden gedaan. Er wordt verteld over ‘tongstandjes’ en ‘haanblazen’, over ‘’t kofschip als sudoku en creatief rijm bij JpB’ enzovoort.

Natuurlijk zijn er hoofdstukjes over taalgeschiedenis en taalontwikkeling, over dialect en standaardtaal, over morfologie en klankleer, over Afrikaans en Fries en hun verhouding tot het Nederlands, over dyslexie en familienamen, over vertalen en Nederlands als tweede taal, zelfs over gebarentaal.

Zesentwintig hoofdstukjes, vrijwel allemaal heel toegankelijk en boeiend beschreven, vol interessante voorbeelden. En met veel nieuws, zelfs voor wie dacht redelijk veel van het Nederlands te weten.

Blijft de vraag waarom we dit allemaal zouden moeten weten. Een vergelijking met de canon voor de geschiedenis is natuurlijk te makkelijk. Nee, de samenstellers geven in hun inleiding de juiste motivatie: over taal praat altijd iedereen mee, met de regelmaat van de klok laaien discussies op over de noodzaak van spellingverandering, over taalverloedering, over het gebruik van hen en hun, over het gevaar of de waarde van streektalen, over …

Die discussies zijn terecht, de taal gaat ieder terecht ter harte, want wat zouden we zijn zonder taal. En inderdaad, dan moeten we ook meer van die taal weten, want zeg nou zelf: je belangrijkste instrument, dat moet je toch door en door kennen? Kun je deskundig meepraten in al die interessante en soms hoogoplopende taaldiscussies! Lezen dus!

Nicoline van der Sijs, Jan Stroop en Fred Weerman (red.):
Wat iedereen van het Nederlands moet weten en waarom.
Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam 2006
ISBN 10 90 351 3089 9 / 13 978 90 351 3083 8