12/06 Leenwoorden

UITleenwoordenboek

door Henk Jongsma, hoofdauteur Nieuw Topniveau

Dat er in het Nederlands veel woorden uit andere talen zijn opgenomen, weet iedereen. Regelmatig hoor je dat mensen zich zorgen maken over de toenemende verengelsing van het Nederlands. Of over de toenemende invloed van nieuwe Nederlanders op vooral de jongerentaal. Je zou de indruk kunnen krijgen dat Nederland veel, misschien wel te veel, leent en nooit of bijna nooit iets teruggeeft.

Nicoline van der Sijs die onlangs de Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs voor de Geesteswetenschappen kreeg, heeft dat eens onderzocht. Het resultaat heeft ze beschreven in het Klein uitleenwoordenboek. Als je dat boekje, dat alfabetisch is geordend, doorleest, blijf je je verbazen. Had jij ooit gedacht dat het Engelse woord iceberg is geleend uit het Nederlands? Ja, als Van der Sijs het uitlegt begrijp je het onmiddellijk: het woord berg komt in het Engels niet voor, als het een oorspronkelijk Engels woord was geweest zouden ze het misschien wel icemountain hebben genoemd. Ook in het Duits, Frans, Spaans, Italiaans, Russisch, Lets en Litouws gebruiken ze voor een ijsberg een woord dat wel heel veel op onze ijsberg lijkt, ajsberg bijvoorbeeld. De Fransen, vertelt Van der Sijs, namen eerst het Nederlandse ijsberg over (ysbergh), maar meer dan tweehonderd jaar later het Engelse iceberg. Merkwaardig toch?

Nieuwe Nederlandse vindingen gaan met de Nederlandse naam de wereld over. Als je ze tenminste herkent. Want zie jij in het Japanse kurappusukaatsu het Nederlandse woord klapschaats? Als je weet dat het Japans geen onderscheid maakt tussen de l en de r wordt het misschien iets meer zichtbaar. Interessant is hoe de Engelsen met het woord klapschaats zijn omgegaan. Dat was even clapskate, maar werd al heel snel klapskate. En Van der Sijs weet waarom: clap betekent geslachtsziekte.

Natuurlijk zijn er veel Nederlandse woorden overgenomen in de talen van Indonesië, Suriname en de Antillen. Ook met soms weer merkwaardige verschuivingen. Het Nederlandse pispot (een voorwerp dat vroeger algemeen werd gebruikt) is in het Sranantongo pispatu, en in het Indonesisch pispot. Maar daar heeft het woord er een nieuwe betekenis bij gekregen: oliespuit. Garagebedrijven die olieverversing aanbieden, adverteren langs de weg met ‘Pispot’: olie verversen dus.

Dat het woord polder zich over de hele wereld heeft verspreid, ligt min of meer voor de hand, maar dat ook de rollator een Nederlands woord is dat ondertussen wijd verbreid is, is toch wel verbazingwekkend.

Het boekje staat vol met dit soort interessante zaken. Een groot deel van de gegevens verkreeg Nicoline van der Sijs door de inzendingen op een oproep in het maandblad Onze taal. Daarom eindigt het boekje ook met een nieuwe oproep: stuur woorden in die u nog in dit boekje mist. Aardig toch, als straks al die Nederlanders die voor werk of vakantie over de wereld zwerven op zoek gaan naar leenwoorden uit het Nederlands? Maar dan moeten ze wel eerst dit boekje even lezen, natuurlijk. Weten ze ook hoe woorden tijdens het uitlenen van vorm en klank kunnen veranderen.

Nicoline van der Sijs: Klein uitleenwoordenboek.
SDU Uitgevers, den Haag, 2006-11-09 ISBN 9012112370