07/06 Plaatsnamen

Van hier tot Tokio

door Henk Jongsma, hoofdauteur Nieuw Topniveau

Het dorp waar ik ben opgegroeid lag midden in de wereld.
Als ik op de fiets stapte en een paar kilometer naar het oosten ging, was ik in Moskou. Ging ik iets meer naar het noordoosten, dan was ik in Petersburg. Als ik naar het zuiden ging en het riviertje overstak dat wij Het Kanaal noemden, dan stond ik in Egypte. Het zwembad lag tegen België aan, en om er te komen hoefde ik alleen maar door Luxemburg naar het westen te fietsen. Het mooist was het als ik naar het noordwesten ging: dan kwam ik in Welgelegen, bij een oom en tante.
Waarom die gebieden zo heetten? Daar heb ik toen nooit over nagedacht, het was gewoon zo. Plaatsen moeten nu eenmaal een naam hebben, nietwaar?
Wie wel over plaatsnamen heeft nagedacht is Riemer Reinsma. Die heeft er zelfs een heel interessant boek over geschreven: Van hier tot Tokio. Inderdaad, het boek gaat over aardrijkskundige namen uit de hele wereld. En dat zijn er heel veel, zegt Reinsma in de inleiding, wel een miljard! Dat is, heeft hij uitgerekend, 7,7 naam per vierkante kilometer: namen van dorpen en steden, rivieren, bergen, meren, heuvels. Straatnamen worden niet meegerekend.
Veel namen worden dubbel gebruikt. Mijn Egypte was natuurlijk heel wat anders dan het land van de piramiden, en het America dat in Limburg ligt is natuurlijk heel wat anders dan het werelddeel dat Columbus ontdekte.
Hoe komen al die plaatsen aan hun naam? Daarover vertelt Reinsma heel interessante dingen. Bijvoorbeeld dat oorspronkelijk (waarschijnlijk) alle plaatsen een naam hadden die uit een lettergreep bestond: wijk (= vestigingsplaats) of lo (is bos). Maar als je wat verder ging reizen, was dat natuurlijk niet handig, er waren wel meer bossen en meer wijken. Dus kwam er dan een bepaling voor: Ermelo (het grote bos) of Winterswijk (de vestigingsplaats van een mijnheer Winter). Of men zette er een windrichting voor: bijvoorbeeld Noordlaren tegenover Zuidlaren. Grappig is dan om te zien dat dat in alle talen gebeurde. Peking, Norwich, Hokkaido en Uttar Pradesh beginnen allemaal met ‘noord’ in respectievelijk het Chinees, het Engels, het Japans en het Hindi. Om maar een paar voorbeelden te noemen.
Reinsma vertelt over namen waar oude taalresten in worden bewaard. Het Nederlandse plaatsje Hargen en het Engelse stadje Harrow verbergen allebei het oude woord harug dat tempel betekende. Toen de tempels werden vervangen door kerken, verdween het woord harug (het werd vervangen door kerk zou je kunnen zeggen), maar het bleef bewaard in plaatsnamen. Overigens, er zijn wel heel veel plaatsnamen met het woord kerk er in.
Leuk zijn ook de verhalen over het ontstaan van sommige namen. In Amerika heet een meer Mosselookmeguntic Lake. Die naam zou zijn ontstaan doordat een jager uitriep: ‘Moose! Look! My gun, quick.’ Of het waar is? Canada  zou zo zijn genoemd omdat een Portugese ontdekkingsreiziger aan land stapte en teleurgesteld riep: ‘Cá! Nada!’ (Hier niets). Ook niet waar, waarschijnlijk.
Nog iets merkwaardigs: verschoven namen. Breda betekent ‘breed water’, dus de naam is van een waternaam verschoven naar een plaatsnaam. Hetzelfde geldt natuurlijk voor al die plaatsen die eindigen op –beek. Ook leuk: heel verschillende plaatsnamen die toch eigenlijk hetzelfde betekenen: in het Limburgse Vijlen en in het Limburgse Wijlre zit allebei het Latijnse woord ‘villa’ = boerderij.

Meer dan een miljard aardrijkskundige namen – volgens het register achter in dit boek ‘behandelt’ Reinsma er ruim 900. Dat is niet veel natuurlijk. Maar omdat hij zoveel uitlegt over het ontstaan van dit soort namen (en alle genoemde namen gebruikt hij alleen als voorbeeld) behandelt hij ze eigenlijk allemaal. Je moet alleen zelf nog even met de in dit boek uitgelegde mogelijkheden aan de slag voor alle plaatsnamen die jij interessant vindt. Dus ik krijg het druk, want ik ben immers midden in de wereld geboren! Jij trouwens ook.

Riemer Reinsma: Van hier tot Tokio. Hoe zijn aardrijkskundige namen ontstaan?
Sdu Uitgevers, Den Haag 2006. ISBN 90 12 10564 1