08/04 U of jij

U of jij?

door Henk Jongsma, hoofdauteur Nieuw Topniveau

"U bent persoonlijk voor de schade aangesproken. Maar het heeft je reputatie niet ondermijnd. Een jaar later kon je naar ING. Waarom bent u niet gegaan?" (Peter de Waard in de Volkskrant 5 juni 2004)

Altijd lastig, die aanspreekvormen. Wanneer zeg je nou jij, wanneer zeg je u?

Peter de Waard interviewde een topbankier. En je ziet hoe hij aarzelt: moet ik nou je of jij of moet ik u zeggen? In deze vraag, waarin wordt ingegaan op een netelige kwestie uit de loopbaan van de bankier, gebruikt hij beide: kon je naar ING. Waarom bent u niet gegaan?

In sommige reclame-uitingen wordt iedereen aangesproken met je. Ik ken (oudere) mensen die zich daaraan verschrikkelijk ergeren. In veel restaurants in Nederland word je aangesproken met u, in veel cafés met je.

Hoe zit dat eigenlijk? Zijn er regels voor het aanspreken van mensen? En hoe was dat vroeger? In oudere verhalen worden mensen soms aangesproken met gij. Maar die vorm lijkt helemaal verdwenen, hoewel, in sommige dialecten leeft hij nog volop. Hoe zit het eigenlijk met die aanspreekvormen?

Hanny Vermaas promoveerde op een onderzoek naar Veranderingen in de Nederlandse aanspreekvormen van de dertiende t/m de twintigste eeuw. Van dat dikke en geleerde boek heeft ze nu een samenvatting voor iedereen gemaakt: Mag ik u tutoyeren? Aanspreekvormen in Nederland.

In een klein boekje van ruim 90 bladzijden laat ze zien hoe het vroeger was, hoe het nu zit, wat nu wel of eigenlijk niet kan, maar wel gebeurt enzovoort. Erg interessant en heel leesbaar, juist ook omdat er zoveel voorbeelden instaan. Vermakelijk ook, hier en daar.

Lees het eens. Misschien kun je me daarna uitleggen hoe het toch komt dat een jongere, heetgebakerde collega, met wie ik dagelijks zeer vriendschappelijk omga, me altijd met je en jij aanspreekt, behalve als we het een enkele keer niet met elkaar eens zijn. Ik ben het niet met u eens, ik kan met u niet verder praten, zegt hij dan. Maar als even later zijn boosheid gezakt is, komt hij meestal terug met: Wat vind je, zullen we het er nog even over hebben?

Leuk hè, die aanspreekvormen. Wanneer gebruik jij u en wanneer wij?

Hanny Vermaas: Mag ik u tutoyeren? Aanspreekvormen in Nederland . Uitgeverij L.J.Veen Amsterdam/Antwerpen 2004.