|
10-06 Vlaams
Aardigheden?
- Veel meer!
Door Henk Jongsma, auteur Op niveau tweede fase

‘Steek de grens over die België scheidt van Nederland, en je bent onmiskenbaar in een ander land’. Met deze zin opent Ton van der Wouden zijn aardige boekje Verboden op het werk te komen. Vlaamse taal- en andere eigenaardigheden. Die ‘andere eigenaardigheden’ komen niet of nauwelijks ter sprake, het gaat om het Nederlands van België dat anders is dan het Nederlands van Nederland. Nu kennen we daar allemaal wel ‘plezante’ voorbeelden van zoals ‘droogzwierder’ of ‘droogkuis’, en die vind je dan ook in dit boekje. Maar gelukkig is dat niet alles.
Dit ‘woordenboek’, zoals de schrijver het noemt, ziet er inderdaad voor het grootste deel uit als een woordenboek: meer dan honderd pagina’s met lemma’s. Het aardige is dat niet alleen de ‘typisch Belgische’ woorden zijn opgenomen, maar juist ook die woorden met een licht afwijkend gebruik of een licht afwijkende betekenis. In het lemma ‘goed’ lees je bijvoorbeeld: de spelling goeie voor de verbogen vorm is in Belgisch drukwerk gebruikelijker dan in Nederland […]; ook waar in Nederland aardig of flink gebruikt zou worden: het valt in Antwerpen dus al met al nog goed mee. Deze variaties vind je (allemaal?) ook in de Van Dale, maar het aardige van deze verzameling is juist dat elk lemma of een typisch Vlaams woord of een typisch Vlaamse variant geeft. Zo’n verzameling zou ook handig kunnen zijn voor andere gewestelijke varianten van het Nederlands.
In de inleidende paragrafen wordt kort (en daardoor oppervlakkig) ingegaan op de geschiedenis (Hoe is het zo gekomen?). Wie daarover meer wil weten kan beter terecht in bijvoorbeeld het verhaal van het Nederlands Van Nicoline van der Sijs en Roland Willemyns (Amsterdam 2009). Heel nuttig is het tweede deel van die inleiding: een overzicht van de verschillen (Verschillen in soorten en maten). Van der Wouden onderscheidt:
- Uitspraakkwesties (de zachte g, het opduiken en weglaten van de h), de ‘letterlijker’ uitspraak van leenwoorden ( de a in match bijvoorbeeld, ree-si-TAL i.p.v. recital, dossier rijmt op bier)
- Woordvolgorde (weeral voor alweer, zeker en vast voor vast en zeker)
- De werkwoordsvolgorde (Ik zou iedere week wel willen naar België gaan; overigens ben ik van mening dat je het zou moeten met de buren bespreken.
- De woordenschat (solden voor uitverkoop, frigo voor koelkast, mazout voor stookolie, maar ook bijvoorbeeld vluchtmisdrijf voor doorrijden na een aanrijding)
- Betekenisverschillen (kleedje voor jurk, vest voor colbert)
- Het gebruik van het voorzetsel ( een lening aan vijf procent)
- Het gebruik van het lidwoord (de waar wij het zeggen en omgekeerd; weglaten of juist niet weglaten van het lidwoord: klacht indienen)
- Het verkleinwoord (-ke, -eke- -ske, overmatig gebruik: een koffietje).
Het is bijzonder aardig hierbij (weer) te lezen wat Jeroen Brouwers schreef over de Vlamingen en het Vlaams. Al die stukken zijn net opnieuw verzameld in de bundel Hamerstukken (uitgeverij Atlas 2010). Het interessantste deel van het boek van Van der Wouden, dat al in 1998 verscheen maar nog steeds verkrijgbaar is, is toch het woordenboek: leuk om in te bladeren, leuk ook om ontdekkingen te doen. Kent u het werkwoord klissen bijvoorbeeld of het zelfstandig naamwoord ophaling? En heeft u al eens smoulpap gegeten? Of een verbrekingsvergoeding ontvangen? In elk geval is het u nog nooit verboden op het werk te komen. En dat verbod kennen nu juist alle Belgen!
Ton van der Wouden: Verboden op het werk te komen. Vlaamse taal- en andere eigenaardigheden. Uitgever SIWU, Enschede. ISBN 978-90–74900–13–3.
Printversie van deze recensie
|